Veelgestelde vragen

V: Hoeveel is de OVA-index in 2019?

De voorlopige OVA 2019 is 4,12%, gebaseerd op de meest recente cijfers (CEP september 2018).

V: Heb ik goed begrepen dat de medewerkers die worden ‘overgezet’ van FWG-schaal 10 naar de HV-schaal in eerste instantie horizontaal overgaan en niet direct in salaris omhoog gaan?

De overstap naar de HV-schaal heeft direct een loonkostenstijging tot gevolg. En bovendien volgt de volgende loontrede een jaar later. Daar bovenop komt de CAO-stijging per 1 oktober 2018 en gaat ook de eindejaarsuitkering in het najaar van 2018 omhoog (oude CAO-afspraak). De zorgorganisaties die per 1 april 2018 de medewerkers hebben ingeschaald hebben in een jaar tijd te maken met een loonkostenstijging van alles bij elkaar meer dan 10%.

V: Waar moet ik als gemeente het geld vandaan halen voor deze kostenstijging?

Vorig jaar, in de zomer van 2017, kwamen werkgevers en werknemers, met steun van het ministerie van VWS, overeen dat huishoudelijk hulp beter betaald moet worden. In de CAO is een nieuwe HV-loonschaal ingevoerd, die een forse verbetering is voor de medewerkers die tot nu toe in FWG-schaal 10 van de CAO-VVT waren ingeschaald. In het voorjaar van 2018 is die CAO-afspraak definitief gemaakt.

Het ministerie van VWS en de VNG zijn van meet af aan op de hoogte geweest van de kostenstijgingen als gevolg van de HV-loonschaal en hebben afspraken gemaakt hoe gemeenten deze kostenstijging kunnen opvangen. VNG heeft daarover verschillende berichten gepubliceerd.

Het eerste bericht van VNG-> gemeenten worden gecompenseerd voor de loonschaal:

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/financien-wmo/nieuws/akkoord-over-hogere-loonschaal-huishoudelijke-hulp-wmo

Het tweede bericht van VNG -> compensatie voor gemeenten komt voort uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) dat de VNG afsloot met het Rijk

https://vng.nl/files/vng/20180329-invoering-nieuwe-loonschaal-hh.pdf

Maar met een eenmalige afspraak over de loonschaal zijn we er nog niet. CAO-afspraken worden met regelmaat herzien, want lonen moeten blijven meegroeien met de kostenstijgingen waar alle Nederlanders mee te maken hebben. De huren en de boodschappen worden altijd duurder. Om de loonstijgingen, die worden afgesproken in CAO’s, te kunnen opvangen krijgen de verschillende zorgfinanciers (gemeenten, justitie, zorgkantoren en zorgverzekeraars) jaarlijks een toevoeging aan hun budget. Deze toevoeging noemen we de OVA-index. Deze index bevat drie componenten: 1) de loonindex (ongeveer gelijk aan het inflatiecijfer), 2) een component die compenseert dat medewerkers stappen maken in hun loonschaal (dus in een hogere trede terecht komen) en 3) een component die bedoeld is ter compensatie voor de stijging van sociale premies. Het OVA-indexcijfer is een percentage. Ook gemeenten krijgen deze OVA-index en kunnen daarmee de CAO-loonstijgingen betalen.

Dit is te lezen in de derde update van VNG -> Voor de CAO-stijging worden gemeenten gecompenseerd via de OVA-index.

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/maatwerkvoorzieningen-wmo/nieuws/update-invoering-nieuwe-loonschaal-huishoudelijke-hulp

Tenslotte, er zijn gemeenten die, ondanks alle toevoegingen aan het gemeentefonds, het financieel niet redden. Deze gemeenten kunnen een beroep doen op een speciaal noodfonds voor het sociaal domein

https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/100-miljoen-extra-voor-tekorten-sociaal-domein.9581280.lynkx

V: Gaan de nieuwe HV-loonschalen alleen gelden als je als gemeente AMvB plichtig bent?

In de CAO-VVT is afgesproken dat de HV-schaal wordt ingevoerd in de gemeenten waar de AMvB moet worden toegepast. In veruit de meeste gemeenten is de AMvB per 1-1-2019 of eerder van kracht. Om te voorkomen dat de lonen van HbH-medewerkers teveel uiteen gaan lopen, raden wij aan om uiterlijk per 1-1-2019 passende tarieven af te spreken zodat zorgorganisaties de HV-loonschaal kunnen invoeren.

V: Ik ben nu al AMvB plichtig als gemeente maar heb de tijd om te komen tot nieuwe tarieven tot 1/1/19, moet ik dan compenseren met terugwerkende kracht tot 1 april 2018?

Ja. Dit heeft te maken met de afspraken die in de CAO-VVT zijn gemaakt. Als de AMvB nu in uw gemeente van toepassing is, dan zijn de zorgorganisaties die in uw gemeente actief zijn, verplicht om de HV-loonschaal in te voeren. U dient uw prijs te baseren op de CAO-lonen, dus moeten de tarieven met terugwerkende kracht worden aangepast.

V: Ik ben als gemeente pas AMvB plichtig per 1 januari 2019, moet ik dan nog steeds terugbetalen/compenseren tot 1 april 2018?

U bent dat niet verplicht, maar het mag uiteraard wel. We bevelen aan dat u de tarieven laat aansluiten bij de lonen. Er zijn zorgorganisaties die  alle medewerkers per 1-4-2018 hebben ingeschaald in de HV-schaal, ook in de gemeenten waar de richtlijnen van de AMvB pas later in gaan. De zorgorganisaties hebben deze inschaling uitgevoerd vanuit goed werkgeverschap. Wij pleiten er daarom voor dat u vanuit goed opdrachtgeverschap de tarieven laat aansluiten bij het loonpeil.

V: Gaan de medewerkers na overgang naar de HV schalen echt jaarlijks automatisch door naar een volgende trede in de HV-loonschaal? En is die doorstroom een jaarlijkse stijging van 5% in bruto uurloon?

U moet er vanuit gaan dat medewerkers, die vaak al lang in dienst zijn bij zorgorganisaties, jaarlijks in een volgende trede terecht komen, tenzij er sprake is van disfunctioneren van de medewerker.

V: Zie ik het goed of lijken de tarieven in de Wmo nu steeds meer in de richting te komen van de WLZ tarieven?

De huidige tarieven in de Wmo zitten gemiddeld nog steeds op of onder het prijspeil van de zorgkantoren in 2006. Het is nog lang niet zo dat de tarieven in de Wmo op het Wlz-niveau zitten. Het huidige tarief in de Wlz is EUR 31,09.

V: Wat zijn reële tarieven?

Van een reëel tarief is sprake wanneer rekening wordt gehouden met loon- en bedrijfskosten van zorgorganisaties en wanneer zorgorganisaties ook een marge kunnen aanhouden. Realiseert u zich dat zorgorganisaties doorgaans kunnen bestaan met behulp van financiële injecties van private investeerders. Die investeerders moeten betaald worden. U leent tenslotte ook niet gratis bij een bank. Het Nederlandse zorgsysteem kan alleen goed blijven functioneren wanneer we onder ogen zien dat gratis geld niet bestaat. De marges van zorgorganisaties zijn gemiddeld genomen zeer bescheiden.

V: Kan ik ook andere CAO s inzetten om hulp bij het huishouden uit te laten voeren?

Nee, dat kan niet. Op hulp bij het huishouden is de CAO-VVT van toepassing.

V: Wat zijn reële uitgangspunten om in te vullen in de groene velden van de rekentool?

We zullen binnenkort met een uitgebreide leeswijzer komen, maar hier alvast een eerste aanzet.

Groene knop 1: Loonschalen, periodieken en inzetmix per periodiek

De door de aanbieder gehanteerde inzetmix per periodiek is gebaseerd op het huidige personeelsbestand in uw gemeente. Deze inzetmix is afgegeven voor 2018, maar in 2019 zoals hiervoor al aangegeven, veranderd deze door de (automatische) doorstroom naar hogere loonschalen maar ook door instroom of uitstroom van medewerkers.

Groene knop 2 & 3: Werkhervattingskas en Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten

De werkhervattingskas bestaat uit twee componenten:

  1. De Ziektewet-flex;
  2. De Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA).

Aanbieders kunnen eigenrisicodrager zijn voor allebei deze componenten. In de rekentool is ervoor gekozen deze onderdelen separaat op te nemen waarbij de Ziektewet-flex is opgenomen onder de ¨WHK¨ en de WGA onder de ¨WGA eigen risico component¨. De standaardtoelichting in kolom N van de rekentool kan verwarrend zijn omdat beide elementen van de werkhervattingskas gezamenlijk zijn toegelicht maar de genoemde percentages dienen wel separaat bekeken worden en beide worden meegenomen.

Ziektewet-flex

Wanneer medewerkers met een tijdelijk contract ziek worden is de werkgever verantwoordelijk voor de doorbetaling van het loon. Ook wanneer een medewerker onverhoopt nog ziek is wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt, is de werkgever verplicht het loon in totaal twee jaar door te betalen.

Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)

Medewerkers die na 2 jaar ziekte in een van onderstaande categorieën vallen ontvangen een WGA uitkering:

  • Werknemers die 35% tot 80% arbeidsongeschikt zijn;
  • Werknemers die volledig (maar niet duurzaam) arbeidsongeschikt zijn.

Groene knop 4: Scholing

Het percentage scholing is opgenomen op basis van het in de CAO bepaalde minimum. Bij het percentage scholing wordt voor het eerst in de rekentool op het derde tabblad de omrekening van bruto naar netto percentages toegepast, deze methode lichten we graag aan u toe:

Omrekening bruto-netto

In het derde tabblad van de rekentool¨bruto-netto berekening¨ vind een omrekening plaats van het in de CAO opgenomen percentage naar het daadwerkelijke rekenpercentage in het invulblad. Deze omrekening is het gevolg van het feit dat de in de CAO opgenomen percentages uitgaan van de 100% bruto uren. Deze bruto-uren bevatten ook het verlof, de scholing en het ziekteverzuim.

Om de impact van de CAO percentages om te rekenen naar het uurtarief worden deze in de rekentool afgezet tegen de netto uren. Versimpeld voorbeeld: Een medewerker werkt 90 uur en heeft 10 uur verlof, in totaal 100 uur (bruto uren). Op basis van de bruto uren is het percentage verlof 10% (10 op 100), op basis van de gewerkte uren (netto uren) is het percentage verlof 11% (10 op 90). Gezien het feit dat enkel de gewerkte uren worden gefactureerd, is deze omrekening noodzakelijk om te komen tot een juiste dekking van de werkelijke kosten. Deze omrekening is standaard opgenomen in de rekentool en is wordt door aanbieders ongewijzigd toegepast.

Groene knop 5: Ziekteverzuim

Om in de rekentool de achtergronden van het ziekteverzuim terug te vinden verwijzen wij u ook naar het derde tabblad te weten ¨bruto-nettoberekening¨. Hier wordt 6,56% genoemd als gemiddeld ziekteverzuimpercentage in de VVT sector op basis van de Vernet branchemonitor. Ook het verzuim percentage is omgerekend op basis van de netto inzetbare uren in het tabblad bruto-netto.

Groene knop 6: Kilometerkosten

Binnen Hulp bij het Huishouden wordt geprobeerd zo efficiënt mogelijk te plannen. Er wordt naar gestreefd dat medewerkers wonen in de buurt van de cliënt. Dat houdt de kosten laag. Hierbij gaan zorgaanbieders zoveel mogelijk uit van de fietsvergoeding die is overeengekomen in de CAO VVT aangevuld met een kilometervergoeding voor medewerkers die gebruik maken van de auto.

Groene knop 7: Niet planbaar wel te verlonen tijd

De niet planbare wel te verlonen tijd heeft betrekking op uren die worden besteed aan diverse overleggen. Hierbij kan worden gedacht aan afstemmingen aangaande de planning van de werkzaamheden en bijvoorbeeld casuïstiek.

Groene knop 8: Organisatiegebonden overheadkosten

Deze component heeft betrekking op de alle overige kosten die niet gerelateerd zijn aan de directe hulp bij het huishouden. Hierbij moet u denken aan administratieve kosten, accountantskosten, huisvesting en ICT.

V: Hoe kan ik goede afspraken maken over indexering? Waar krijgen aanbieders mee te maken de komende jaren? Hoe kan ik daar rekening mee houden in mijn budgettering?

Op de site van de VNG staat een goede tekstsuggestie voor een bepaling die u in uw contract met de zorgaanbieder kunt opnemen. Volgt u deze link:

https://vng.nl/files/vng/nieuws_attachments/2017/20171030-bijlage_iii_modelbepalingen_contract_30_oktober_2017.pdf

V: We zijn als gemeente niet AMvB plichtig maar willen eventueel wel de tarieven aanpassen om niet achter te blijven. Moeten we dan echt ook die 5% per jaar voor de doorstroom naar de hogere loonschaal betalen?

De komende jaren moet u ermee rekening houden dat medewerkers in de HV-loonschaal er in loon op vooruit gaan. Het precieze percentage vindt u in de conversietabel, die u kunt downloaden van de pagina “rekentool”

V: Is de nieuwe CAO 2018-2019 al algemeen verbindend verklaard? En moet ik dan echt als gemeente ook nog die 4% per 1 oktober aanstaande betalen?

De CAO VVT 2018-2019 is nog niet algemeen verbindend verklaard. We verwachten dit dat eind augustus een feit is. Op dat moment moet de hele sector de loonsverhoging van 4% op 1 oktober 2018 toepassen. De gedachte achter de AMvB is dat  gemeenten deze loonsverhoging via een verhoging van de tarieven betalen. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd door middel van de OVA-index.

V: Moeten wij als gemeente echt de tarieven aanpassen nu de nieuwe loonschalen er zijn?

De loonsverhoging van 4% per 1 oktober 2018 geldt voor alle loonschalen in de CAO-VVT, dus ook voor de HV-loonschaal.

V: Hoe kan ik als gemeente komen tot reële tarieven passend bij de nieuwe HV loonschalen?

Door middel van de rekentool en overleg met de zorgaanbieders in uw gemeente voor de vulling van de rekentool,  kunt u reële tarieven berekenen.