AmvB reële prijs: update vanuit de regiegroep monitoring

Voornemen om tot landelijke richtlijnen te komen omtrent indexatie

De partijen Actiz, Zorgthuisnl, FNV, CNV,VNG/NDSD en het ministerie van VWS, die samen de regiegroep reële prijs vormen, erkennen allen dat de invoering van de in de cao VVT afgesproken nieuwe loonschaal voor huishoudelijke hulpen veel consequenties voor de kosten van aanbieders kan hebben. De partijen achten het daarom wenselijk dat gemeenten en aanbieders, ook als zij hier niet wettelijk toe verplicht zijn vanuit lopende contractafspraken, met elkaar in gesprek gaan over de consequenties van de nieuwe loonschaal voor de kosten van aanbieders. Een onderwerp vraagt daarbij om bijzondere aandacht: de wijze waarop indexatieafspraken worden gemaakt in contracten.

De partijen constateren dat weliswaar in veel contracten tussen gemeenten en aanbieders afspraken zijn gemaakt over indexatie, vaak met ingang van 1 januari, maar dat de vormgeving van de indexatie-afspraken tussen gemeenten en aanbieders soms niet volledig rekening houdt met mogelijk van kracht wordende nieuwe wijzigingen in cao’s gedurende de looptijd van het contract. Omdat aanbieders door nieuwe cao-afspraken wel geconfronteerd kunnen worden met hogere kosten, hebben sociale partners en VNG zich voorgenomen om landelijke richtlijnen af te spreken over de wijze waarop indexatie-afspraken in contracten worden vastgelegd.

Enerzijds moet een dergelijke richtlijn sociale partners in staat stellen om tot een marktconforme loonkostenontwikkeling, inclusief incidentele loonbestanddelen, te komen. Anderzijds moet de richtlijn leiden tot een voorspelbare en verantwoorde beheersing van de loonkosten zodat zorgaanbieders en gemeenten beiden weten hoe tarieven zich gedurende de looptijd van het contract zullen ontwikkelen.

Partijen streven er naar om dergelijke afspraken vast te leggen in een bestuurlijk akkoord waarin ook ambities worden opgenomen om tot innovatie in het WMO-domein te komen.

 

Ingewonnen advies bij de landsadvocaat

De partijen Actiz, Zorgthuisnl, FNV, CNV,VNG/NDSD en het ministerie van VWS, hebben naar aanleiding van de vraag hoe de contractuele afspraken tussen gemeenten en aanbieders zich verhouden tot de verplichtingen uit het Besluit reële prijs (artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit 2015) en de cao-afspraken, advies ingewonnen van de Landsadvocaat. Daarbij is de volgende casussituatie voorgelegd aan de Landsadvocaat:

  • Gemeente X werkt sinds 1 januari 2018 conform artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (de gemeente heeft toen een nieuwe overeenkomst gesloten/bestaande overeenkomst verlengd);
  • De gemeente heeft op basis van artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 in 2017 voor 2018 een tarief bepaald en met aanbieders in de overeenkomst afgesproken de tarieven jaarlijks per 1 januari aan te passen/te indexeren op basis van ontwikkelingen in de kosten;
  • In maart 2018 wordt een nieuwe cao VVT gesloten die ook gevolgen heeft voor de kosten die aanbieders in 2018 moeten maken;
  • Op grond van die nieuwe cao-afspraken moeten aanbieders hun huishoudelijke hulpen per 1 april 2018 betalen conform een nieuwe (duurdere) loonschaal en moet men per 1 oktober 2018 alle salarissen met 4% indexeren.

Uit het ingewonnen advies blijkt dat er geen rechtstreeks uit de wet voortvloeiende verplichting is die gemeenten ertoe dwingt om, in afwijking van de eigen contractuele afspraken over indexatie van tarieven met aanbieders, tussentijds de tarieven aan te passen naar aanleiding van nieuwe cao-afspraken, zoals in het geval van de cao VVT en de nieuwe loonschaal. Nb: In het bij gunning vastgestelde tarief moeten gemeenten rekening houden met de op dat moment geldende arbeidsvoorwaarden zoals die zijn vastgelegd in de op dat moment geldende cao’s, en zijn  gemeenten tevens verplicht om de reële prijs te indexeren.

Ook geeft de Landsadvocaat aan dat gemeenten enkel verplicht zijn om met terugwerkende kracht kosten vanuit cao-wijzigingen te vergoeden als zij dit ook in het contract met aanbieders hebben afgesproken. Als gemeenten dit niet contractueel hebben afgesproken met aanbieders, zijn zij hier ook niet toe verplicht.

Voor een samenvatting van het advies, zie: Samenvatting advies Landsadvocaat

Coalitie ActiZ, BTN, CNV en FNV verbaasd over uitspraken Jan Telgen

De coalitiepartners ActiZ, BTN, CNV en FNV hebben met verbazing kennis genomen van het opmerkelijke interview met Jan Telgen in Zorgvisie. De uitspraken die door Jan Telgen worden gedaan zijn voorbarig en ongegrond.

De reden dat er tot nu toe slechts 10 tot 20 signalen zijn ingediend in de regiegroep is dat veel aanbestedingen nog lopen. Op basis van eigen inventarisatie van ActiZ, BTN, CNV en FNV kan echter wel worden geconcludeerd dat de berekening van de tarieven voor hulp bij huishouden veelal niet wordt gedaan op basis van de geldende Cao VVT en tarieven hierdoor nog achterblijven. Het is echter nog veel te vroeg om tot verdere conclusies te komen. De sociale partners horen graag hoe Jan Telgen tegen dit interview aankijkt.

 

 

Veel te vroeg voor conclusies over reële tarieven huishoudelijke hulp

Minister de Jonge stelt in Skipr dat gemeenten reële tarieven hanteren voor huishoudelijke hulp. Dat is een voorbarige uitspraak die op grond van de werkzaamheden van de regiegroep niet kan worden onderbouwd.

De regiegroep heeft tot nu toe slechts 13 casussen behandeld. Veel aanbestedingen lopen nog. Op basis van een eigen inventarisatie door werkgevers (ActiZ en BTN) en werknemers (FNV en CNV) moeten we vaststellen dat de tarieven in veel gemeenten nog achterblijven.

We zien wel dat er sprake is van een voorzichtige aanpassing van de tarieven. De ‘race to the bottom’ lijkt gestopt maar dat wil nog niet zeggen dat er sprake is van reële en dus kostendekkende tarieven.

Sociale partners hebben met VWS en VNG afspraken gemaakt die ertoe moeten leiden dat gemeenten reële tarieven gaan hanteren. Er moet nog veel gebeuren om dit te bewerkstelligen en het is daarom nog veel te vroeg om tot conclusies te komen.

Actiz                            BTN                             FNV                             CNV

AMvB reële prijs geldt ook bij open house-contract

In de toepassingsbepalingen bij het besluit staat dat de AMvB geldt bij een inschrijving in de zin van Aanbestedingswet. Omdat bij een open house-constructie (net als bij een aanbesteding) sprake is van een inschrijving door de aanbieder, moet de AMvB ook daar worden toegepast.

Lees het volledige bericht op de site van VNG:

https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/financien-wmo/nieuws/amvb-reele-prijs-wmo-geldt-ook-bij-open-house-contract

Gemeente Kampen verhoogt de tarieven voor hulp bij het huishouden

Gemeente Kampen laat deze week weten de tarieven voor o.a. hulp bij het huishouden te verhogen. Goed nieuws voor de zorgaanbieders en medewerkers die in deze gemeente werkzaam zijn.

De CAO-loonstijging van 1 oktober 2018 heeft gemeente Kampen nog niet in het tarief verwerkt.

https://www.kampen.nl/nieuws/tarieven-aan-zorgaanbieders-wmo-maatwerkvoorzieningen-aangepast

Binnenlands Bestuur: tarieven huishoudelijke hulp omhoog

Binnenlands Bestuur besteedt aandacht aan het goede bericht van gemeente Westerwolde dat de tarieven voor huishoudelijke hulp worden verhoogd. Inmiddels staat het vlaggetje Westerwolde op groen. Goed voorbeeld doet goed volgen.

https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/tarieven-huishoudelijke-hulp-omhoog.9592694.lynkx